Hoe schrijf je geschiedenis?
Het muurtje tussen fictie (zowel in romans als in verhalen) en non-fictie (zoals studies en reisverslagen) brokkelt af. Is het geen tijd het onderscheid los te laten? Neem nu bijvoorbeeld de schrijvers Nelleke Noordervliet, Thomas Rosenboom en Frank Westerman. De eerste twee zijn bekend als schrijvers van fictie, de laatste wordt voornamelijk in de non-fictiehoek gestopt. Behalve dat ze gemeen hebben dat ze voor de zelfde literaire prijzen werden genomineerd, delen ze met elkaar de stof waaruit ze putten voor hun werk. Hun stof is de geschiedenis, de feiten en de jaartallen. Daarmee spelen ze elk hun eigen spel. Wanneer mogen ze liegen, hoe gekleurd is hun blik? Drie auteurs in gesprek over literatuur en de kunst van het geschiedschrijven.
Nelleke Noordervliet (1945) onderzocht in haar meest recente roman Altijd roomboter haar eigen geschiedenis, via haar overgrootmoeder Engelbertha Wiggelaar. Geschiedenis is een inspiratiebron voor Noordervliet: ‘Voor mij is het verleden een geweldige mogelijkheid om mijn eigen leven en heden uit te breiden’. In haar debuut Tine of de dalen waar het leven woont (1987) diepte Noorderliet het verhaal van de vrouw van Multatuli uit, in Het oog van de engel liet ze haar licht schijnen over de vooravond van de Franse Revolutie, en in Pelican Bay meandert de geschiedenis van een Caribisch eiland door het heden.
Thomas Rosenboom (1956) is de meester van de historische roman. Voor zowel Gewassen vlees als Publieke werken ontving hij de Libris Literatuurprijs. Ook zijn roman De Nieuwe Man is op geschiedenis gexefnspireerd. De roman gaat over de neergang van de Groningse scheepsbouw, rond 1920, als gevolg van de concurrentie van metalen schepen uit Duitsland. In een interview met de Volkskrant benadrukt Rosenboom dat hij fictie schrijft: ‘ik heb het mooi gemaakt. Het is aangekleed, ik heb het kleren aangedaan.’
Frank Westerman (1964) noemt feiten, data en jaartallen de bouwstenen van zijn boeken. Zijn boeken, De Graanrepubliek, Ingenieurs van de ziel en El Negro en ik laten een virtuoze combinatie zien van journalistiek, geschiedkunde en vertelkunst. Westerman is bij uitstek de schrijver die zich verzet tegen het etiket non-fictie: ‘Of iets ‘waar gebeurd’ is, of aan de fantasie van de schrijver ontsproten, is zeker relevant. Maar als indelings- of beoordelingscriterium is het nietszeggende informatie. Non-fictieboeken zijn niet beter in staat tot het benaderen van de werkelijkheid dan fictie – al ligt die suggestie impliciet in die termen besloten.’
Iris Pronk zal de auteurs interviewen. Iris Pronk recenseert voor onder meer Trouw en Onze Wereld. Naast het recenseren van boeken schrijft ze ook artikelen over uiteenlopende onderwerpen. Iris was jarenlang redacteur bij de SLAU en momenteel werkt ze mee aan het literaire filmprogramma De wijde blik.